Your address will show here +12 34 56 78
Uncategorized

“Eten is een middel om aan te sterken, steun is het medicijn om beter te worden”.

Als er iets is dat ik de afgelopen periode heb geleerd, is dat steun het allerbelangrijkste is tijdens je herstel. Natuurlijk moest ik ook mijn voedingspatroon aanpassen, maar dit is een middel. Het aansterken is een onderdeel om beter te worden. Door het ondergewicht vlakken je emoties af en fysiek wordt je zwak en breng je jezelf schade toe. In de kliniek ga je weer eten en leer je om ‘nergens meer bang voor zijn’, uitdagingen aan te gaan en letterlijk te verdragen.

Op mijn nieuwe voedingslijst stond een tussendoortje volgens schema. Dan bepaald de verpleging wat er gaat komen. Deze onduidelijkheid, maakt me enorm gespannen en zenuwachtig. Je hebt geen idee wat er gaat komen, maar je weet hoe dan ook dat je het zult moeten opeten. De verpleegkundige komt binnen met jan hagel koekjes waar we er 3 van moeten eten. Alleen begint niemand over de koekjes, dus ik dacht zolang niemand iets opvalt en erover begint, laat ik het mooi zitten. Ook moet ik een appel eten, die heb ik netjes geschild en samen met een kopje thee eet ik deze op.  

Vandaag komt mijn broer me ophalen en ga ik mee naar zijn huis om daar samen met mijn schoonzus en neefje even lekker bij te kletsen en thee te drinken. Fijn om ze te zien en ook om hier even weg te zijn. Het gaat oké, maar om hier de hele dag te moeten blijven lijkt me niks, vooral nu het zo stil is vanwege het weekend. Bij terugkomst laat ik mijn broer even de kliniek en mijn kamer zien, gek idee om hier samen rond te lopen. Er blijven nog steeds zoveel momenten dat ik me niet besef wat er allemaal gebeurd is en dat het lijkt het alsof ik in een “droom” leef.

De meiden van unit 3 staan klaar om te wandelen en ik besluit om een kwartiertje met ze mee te lopen. Zodra we buiten zijn, geven ze aan dat ze naar de supermarkt willen, ik weet dat dit niet volgens de afspraak is en voel ik me hier helemaal niet goed bij. Nu sta ik voor een dilemma, meegaan naar de supermarkt, dit terwijl ik weet dat dit niet mag, of terug naar binnen, maar wat ga ik dan zeggen of alleen een rondje lopen, iets dat ook niet mag, want ik ben fysiek nog te zwak om zelf te gaan lopen. Help!!! Wat moet ik doen? Ik voel me nu net een puber en heb geen idee waar ik verstandig aan doe. Ik besluit alleen te lopen en neem het risico. Zodra ik terugloop besef ik me dat we nu natuurlijk niet te gelijk binnen zullen komen. Lekker dan, heb ik dat. Mijn shirtje hangt nog uit mijn raam, dus besluit deze te gaan halen en tegen de verpleging te zeggen dat hij uit het raam is gevallen en dat ik hem even moest pakken, daarom ben ik later en moest ik een andere route nemen. Het is de verpleging idd opgevallen, maar mijn verhaal werkt. Voel me op deze momenten net een puber, wat gênant!

Vanavond krijgen we eten van de catering en eten we met alle units bij elkaar omdat het weekend is. Er staat broccoli, rösti, varkenshaas met spek en saus op het menu. De cateringmaaltijden zijn niet altijd even lekker. De groente vind ik wel te doen, maar de rösti en het vlees is heel veel en ook nog eens heel erg droog.

De verpleging geeft aan dat ik te weinig saus heb opgeschept en hiervan raak ik gelijk van slag. Ik vind dit al te veel, laat staan dat er nog bij moet! Zelf raak ik teveel van slag en vraag of de verpleging wil bij scheppen. Ik besluit uiteindelijk de saus over al mijn eten te verdelen, dan valt het minder op en voelt het beter.

Mijn moeder wilde vanavond langskomen, maar ik heb niet zo’n goede dag en vraag of ze een andere keer wil komen. Vandaag is niet zo’n succes, hopen dat het morgen weer beter zal zijn.  Als ik naar bed ga voelen mijn voeten opgezwollen en er blijkt vocht in te zitten. Dit heeft te maken met het refeeding voedingsschema en ik krijg het advies om met een kussen onder mijn voeten te slapen. De nacht gaat gelukkig goed en ik slaap goed door, dit komt vooral omdat ik weet dat er morgen wel controle zal zijn, maar geen weegmoment!

Het ontbijt gaat goed, maar met het tussendoortje gaat het mis. Het tussendoortje is een boterham met beleg naar keuze. Ik kies niet op gevoel maar met mijn hoofd. Het gezondste is het beste en dat is automatisch ook het lekkerste. Dus geen idee, de beste, gezondste keuze dan maar. Als ik dit toelaat, laat ik ook de eetstoornis toe, maar ik weet inmiddels niet meer beter. Ik vind iets lekker als het voor mij gezond is en niet lekker als het ongezond is. In mijn hoofd gaat die knop steeds aan en uit. En dit zet ik niet zomaar terug. Een no-go is en blijft een no-go, nu, straks en altijd. De paniek loopt gelijk weer op. Uiteindelijk ga ik weer voor veilig en “spring uit de band” met sandwichspread.

0

Uncategorized

Vechten of vluchten

“Wie telkens opnieuw kiest voor vluchten in plaats van vechten, zal nooit een strijd positief beslechten”

Tijdens het eerste weekend intern valt de lunch op zaterdag me erg zwaar. Ik begin goed, maar ik merk dan dat de spanning en paniek zich opstapelen. Bij boterham 3 gaat het mis. De eerste boterham was met pindakaas, dan met sandwitchspread  en nu voel ik me vol en moet ik dus nog een boterham met hartig beleg. Ik begin te huilen, mijn hele lijf schreeuwt dat ik dit niet wil en ik kan me niet bedenken wat ik nu moet kiezen. Vleeswaren of hummes? Het gevoel van misselijkheid komt omhoog. Na in de vleeswarenbox te hebben gekeken, lukt het me niet iets te kiezen. Ik wil vluchten en bevries ik, kan niet meer normaal nadenken en krijg een black out. Ik ga uiteindelijk voor hummes en tussen de tranen door eet ik de stukken brood op.

Na het eten ga ik zitten met mijn mentor Marloes en bespreek wat er vandaag zo mis ging bij de lunch. Het is fijn om even met elkaar de situatie na te bespreken. Het wordt me langzaam steeds duidelijker dat ik echt ziek ben, moeilijk om dit besef onder ogen te komen. Thuis ging ik het gevecht niet meer in en vluchtte ik steeds voordat de paniek opkwam. Hier in de kliniek is vluchten geen optie en moet ik dus steeds het gevecht aan, dit kost me ongelofelijk veel energie en ik merk dat ik hier heel heftig op reageer. Gelukkig zakt het gevoel ook weer, maar negen van de tien keer staat er dan al een nieuwe uitdaging klaar en begint de strijd weer van voor af aan. Gaat dit ook makkelijker worden. Ik kan me er nu totaal geen voorstelling van maken!

Tijdens het eerste weekend intern is er gelukkig wel een bezoekuur tussen 15.00 en 17.00 en op zaterdag ga ik met mijn schoonouders en de kinderen even wat drinken. Op de zondag ga ik samen met mijn mannen naar Blik en Burger om ook dan samen wat te drinken. De kinderen kunnen even lekker spelen en dan hebben Jasper en ik de tijd om even te praten. Het blijft heel gek voelen om op deze manier met elkaar om te gaan, dat ze op bezoek moeten komen. Thuis is het niet meer dan normaal dat je er altijd bent en nu moeten we bewust afspreken op gezette tijden. Ik mis mijn mannen, maar ik ben ook heel blij om te zien dat ze het zo goed doen samen, dat scheelt een hoop stress.  Zodra ze binnenkomen ben ik dolblij om ze weer te zien, wat heb ik ze gemist! Ze hebben rozen en tekeningen bij zich. Ik geef ze een rondleiding en laat ze mijn kamer zien. Wat is het genieten, alleen vliegt de tijd. Om 5 uur zetten ze me weer af. Wat een dubbel gevoel, zo fijn om ze te zien, maar ook verdrietig om ze nu weer uit te moeten zwaaien.

De nachten blijven zwaar en weer slaap ik heel slecht. Ik was heel onrustig, veel spanning in mijn lijf en ik blijf maar aan het malen, waardoor ik veel wakker ben geweest. Om5 uur was ik ook weer klaarwakker. Uit verveling ben ik op mijn telefoon gaan kijken en gewacht op de controles. Ín het weekend komen ze pas om acht uur, dus dat was een uitdaging. Het wegen is ook vandaag weer een teleurstelling er is weer gewicht vanaf. Hoe kan dit? En natuurlijk gelijk weer een lijst ophoging. Ik probeer rustig te blijven, ga eerst onder de douche en daarna door naar het ontbijt, dit is hetzelfde gebleven, dat scheelt! Ik ga me straks wel druk maken over de rest van de dag, eerst dit doorkomen. Merk dat ik steeds meer voor veilige producten wil kiezen en hierin komen mijn eetgestoorde gedachten steeds om de hoek kijken. Ik koos nooit op smaak, altijd voor wat ik gezond vond. En de laatste maanden at ik sowieso geen beleg en brood. Bij de lunch gaat het mis als de verpleging aangeeft dat ik te weinig gestampte muisjes op mijn brood heb gedaan, ik wil het eerst uitsmeren, maar dit mag niet. Er ontstaat paniek en een black out, nu wil ik dus vluchten en dit zou ik thuis ook zeker gedaan hebben. Die optie is er nu niet en dus moet ik het gevecht aan en de paniek opzoeken en er doorheen.

Ik voel me ongelofelijk ongemakkelijk er moet steeds meer bij. De klontjes wil ik uitsmeren, maar ook dit vinden ze niet goed. De ogen branden en de paniek overheerst. Ik ga toch de klonten uitsmeren. De verpleging is niet helemaal tevreden, maar we laten het voor nu hierbij. Na de lunch trek ik me even terug. Ik kan het niet laten om een lijstje te maken met producten die we vaak krijgen, en hier de hoeveelheid kcal van op te zoeken. Ik weet dat ik dit niet zou moeten doen, maar de paniek en onrust overheerst. Mijn eetstoornis is te sterk en ik vlucht nu terug naar het bekende de rust en controle.

0

Uncategorized

Deze blog wil ik graag beginnen met jullie te bedanken voor het lezen van mijn blogs en alle positieve reacties die ik hierop van jullie ontvang. Het stimuleert me enorm om er voorlopig nog even mee door te gaan. Voor mij werkt het therapeutisch om van me af te schrijven en ik hoop jullie meer inzicht te geven in mijn gevecht tegen deze tegen verschrikkelijk hardnekkige ziekte.

Masker

“are you really okay?”

I am acting like I am okay. Please don’t interupt my performance.

De eerste tijd in de kliniek had ik vaak een masker op en ook de laatste periode thuis. Als ik er nu aan terugdenk misschien al jaren, weet ik zelfs niet eens meer wanneer ik hem niet op had. Ik heb mezelf zo aangeleerd altijd door te gaan en altijd te zeggen dat het goed met me ging, dat ik zelf ook niet meer het onderscheid kon maken tussen wanneer ik wel en wanneer ik niet een masker op had.

Wie ben ik eigenlijk zelf zonder masker? Ik raak al in paniek bij de gedachten. Nu begint het me te dagen dat het masker de eetstoornis is geworden en dat ik hier zo ver in ben doorgeslagen dat het een groot deel van mijn identiteit is geworden. Wie ben ik zonder het masker, zonder de eetstoornis, geen idee???? Daarom kan ik me ook maar moeilijk bedenken hoe het is om te leven zonder. Alles heb ik onder controle, het idee alleen al dit te moeten gaan loslaten zorg voor paniek, blinde paniek! Op zoek naar een nieuwe identiteit, zonder masker, zonder eetstoornis. Het klinkt zo eenvoudig, maar ik kan jullie vertellen dat het zo hardnekkig en zo eigen is geworden dat ik er maar moeilijk in kan geloven dat ik zonder zou kunnen leven. Heel soms lukt het me even om mijn masker af te zetten, maar zodra het moeilijk wordt of te dichtbij komt zet ik hem snel weer op en wapen ik me tegen deze momenten. Het is zo eigen geworden dat ik er echt bewust bij stil moet staan dat ik dit mezelf heb aangeleerd.

De eerste dagen in de kliniek zijn zwaar en moeilijk. Na het ontbijt bel ik vaak even met Jasper, om mijn paniek en moeilijke momenten met hem te bespreken. Het is fijn om dit met hem te kunnen delen, maar het blijft ook erg moeilijk om me hierin kwetsbaar richting hem op te stellen. Wil hem niet extra belasten en ongerust maken. Hij maakt zich al zoveel zorgen, en het niet moeilijker maken dan nodig.

In de middag hebben weekend bespreking. Het zal mijn eerste weekend in de kliniek zijn en dan blijf je het hele weekend intern. Op de groep zijn er al een heel aantal mensen die hun weekenden hebben opgebouwd en met verlof mogen. Ik zie er enorm tegen op, de lege momenten met heel veel vrije tijd, die ik niet goed weet in te vullen. Tijdens de voorbespreking spreken we af dat ik een planning ga maken, zodat ik meer overzicht krijg in wat ik zou kunnen gaan doen en dat de leegte me minder overvalt.

Het eerste weekend intern, gelukkig heb ik aardig geslapen. Ik was wel vroeg wakker en moet dan wachten op de controles van mijn bloeddruk, rustpols en temperatuur. Na deze controles, ga ik door naar het wegen. De eerste week moet ik elke ochtend deze controles doorlopen en ook elke ochtend wegen. Doordat het 1 ons minder is dan de vorige weging krijg ik gelijk een ophoging van mijn voedingslijst. Jeetje wat blijft dit dubbel voelen. Natuurlijk ga ik niet ontkennen dat ik vooral in dit stadium liever afval dan aankom, alleen de consequentie dat er gelijk een ophoging van mijn voedingslijst aan vast zit is verschrikkelijk. Het voelt als falen en dat maakt me verdrietig. Al die moeilijke eetmomenten die ik ben aangegaan en dan toch afgevallen, maar ook de stem die dan begint te praten dat het zo fijn is dat ik ben afgevallen.  Ik durf dit ook moeilijk te delen met Jasper, wil hem niet nog ongeruster maken en wil hem niet vertellen dat ik ook hier afval. Voor je omgeving blijft het getal op de weegschaal toch een meetmoment om ook te zien of het beter met je gaat. Begrijpelijk, maar ook zo frustrerend om dan het slechte nieuws te moeten brengen, terwijl er in je hooft een stemmetje een feestje staat te vieren en blij is met deze overwinning.

Het wegen en de ophoging zitten me hoog en tijdens het ontbijt raak ik in paniek en merk ik dat mijn lijf het dan van me overneemt. Ik word kortademig en kan niet meer helder denken. Gelukkig begint het te wennen dat de paniek ook weer verdwijnt en je juist dan moet doorpakken, iets dat ik thuis al heel lang niet meer deed. Bij de eerste tekenen van paniek, ging ik het juist uit de weg en op het laatste moment zorgde ik dat ik niet meer in situaties kwam waar ik paniek van kon krijgen.

Waar komt toch die paniek vandaan? Waar ben ik zo ongelooflijk bang voor? Er zit een gevoel van angst in me, waar mijn lijf acuut op reageert en deze angst is zo groot dat ik er het liefst met een hele grote boog omheen ga.

Is het dan nu echt tijd om deze angst onder ogen te gaan zien? Iets in me zegt van wel, maar er is ook nog een heel groot deel dat niet durft, helaas.

0

Uncategorized

Ik wens dat je mag geloven

Ik wens dat je zult zien

Ik wens dat je jezelf kunt beloven

Dat je kunt zeggen; ik verdien

Ik wens je dat je mag ervaren,

Ik wens dat je genieten mag.

Ik wens dat je gedachten opklaren,

Dat je naar jezelf kunt kijken met een lach

Ik hoop dat je ooit kunt zeggen,

Al is het nu nog ver en klein

Ik ben het allemaal waard

Ook ik mag er zijn

Dit mooie gedicht kreeg ik van iemand die ook in de kliniek zat en tijdens haar afscheid voor iedereen een kaartje achterliet, met een mooi gedicht en een lieve boodschap. De eetstoornis gaat zeker niet alleen over eten en bewegen. Het gaat vooral over mijn zelfbeeld en hoe ik mezelf heb aangeleerd om te gaan met mijn emoties.

De dagen in de kliniek zijn lang en zwaar, vooral de lege loze momenten blijf ik ontzettend moeilijk vinden, zal dit ooit wennen en weggaan? Hoe ik hier invulling aan kan geven, blijft een enorme zoektocht. Anders dat met sport bezig zijn en mijn hoofd leegmaken door te gaan hardlopen ken ik niet. Het zit niet in me, ik voel zo’n drang om in beweging te zijn, dat de onrust ondragelijk is. Ik vind geen rust in creatief bezig zijn, het is dat er geen andere optie is, maar anders…..

Het volle gevoel van al het eten blijft heel vervelend en daardoor spoken er steeds gelijk allemaal gedachten en ideeën door mijn hoofd om hier vanaf te komen, dit blijft moeilijk. Deze dag heb ik een psychologisch onderzoek. Het tussendoortje van vandaag moet ik meenemen en onder begeleiding van een verpleegkundige word ik afgezet bij de juiste locatie. Het is nog geen 500 meter, maar omdat mijn waardes nog steeds niet goed zijn, mag ik niet alleen er is een te groot risico dat ik onderweg misschien onwel kan worden. Zelf voelt dit helemaal niet zo, het is dat ze het zeggen, maar het komt niet binnen. Ik vind het vooral overdreven en heb zelf het gevoel dat ik de hele wereld aankan.

Tijdens het wachten bedenk ik me hoe ik van dat vervelende tussendoortje in mijn tas kan afkomen zonder daardoor in de problemen te komen. Bizar hoe snel mijn eetstoornis met me aan de haal gaat op het eerste de beste moment dat het de vrijheid voelt.

Zodra ik word opgehaald uit de wachtkamer vraag ik of ik even naar het toilet kan. De verleiding is te groot het volle gevoel te rot, ik besluit mijn tussendoortje zo snel mogelijk door de wc te spoelen. Wat sta ik hier te doen, een volwassen vrouw van 36, voel me net een klein meisje, wat elk moment betrapt kan worden. Op hetzelfde moment voel ik ook rust en ben ik blij dat ik deze kans heb gepakt en dit tussendoortje heb gemist en deze winst heb gepakt.

Bij terugkomst staat de lunch al voor ons klaar. Vandaag vervangen we zuivel voor een hard gekookt ei en als zoete variatie kies ik vandaag voor vruchtenhagel. Wat een zoete explosie in mijn mond, wat is dit lang geleden. Hier zullen de kids versteld van staan als ik het ze vertel. Na al die maanden geen brood en beleg, maar alleen een bakje yoghurt. Nu kan ik weer met ze mee-eten aan tafel en ook gewoon een broodje smeren met beleg.

Na de lunch voel ik me ongelofelijk onrustig. Het bewust stilzitten gaat me totaal niet gemakkelijk af. Ook mijn darmen blijven het moeilijk vinden met het verwerken van al die andere voedingsmiddelen. Pfffff ik wil van alles, maar geen dingen die hier kunnen, dit voelt zo frustrerend, nutteloos en doelloos. Ik volg nog een opleiding sportmassage en besluit te gaan leren, maar merk al snel dat ik me totaal niet kan concentreren. Mijn beweegdrang is zo groot, de muren komen letterlijk op me af dat ik er van in paniek raak en uitbarst in een gigantische huilbui. Voel me gevangen in mijn eigen lijf en hoofd. Dit terwijl ik vorige week nog alles kon doen. Dan komt het tussendoortje, eindelijk wat afleiding. Ik besef me tijdens het klaarmaken dat ik nog een glas sap had moeten drinken, maar er valt niemand iets op dus besluit het zo te laten, 2-0 voor de eetstoornis vandaag…….

0

Uncategorized

“Pas na minimaal 10 kilometer hardlopen voelde ik me weer goed. Kort daarna kwam de onrust weer op”

Tijdens mijn burn-out kreeg, inmiddels een aantal jaar geleden, ik het advies om elke dag even naar buiten te gaan. Dit advies nam ik natuurlijk ten harte en begon met elke dag een stukje wandelen, maar al snel haalde ik hier geen voldoening uit en begon met hardlopen. Het eerste rondje was 30 minuten, daarna ging ik over op kilometers en uiteindelijk een aantal kilometer binnen een bepaalde tijd. Eindelijk had ik iets gevonden waar ik mijn energie in kwijt kon, mijn hoofd leeg kon maken, ik had de ultieme uitlaatklep gevonden!

Na een rondje hardlopen voelde ik me een ander mens en kon ik de wereld weer een beetje beter aan. De lat werd steeds iets hoger gelegd en zonder dat ik er in eerste instantie erg in had, ging het van onschuldig buiten zijn naar dwangmatig rennen. Nu ik zo sportief bezig was, kon ik mijn voeding hier ook wel op aanpassen. Het was tenslotte zonde om zo’n stuk te rennen en daarna weer iets te eten wat ik misschien ook wel kon laten staan. Dit proces is een proces van jaren geweest en nu ik er pas achteraf over nadenk besef ik me dat het erin is geslopen. Dit had je me destijds niet hoeven te vertellen, want dan had ik het nooit van je aangenomen. En toen er momenten kwamen dat er wel meerdere mensen uit mijn omgeving hun zorg uitspraken, wist ik dit altijd te omzeilen met allerlei excuses. Ik voelde me sterker en beter dan ooit, ik was goed in het hardlopen en ging meedoen met wedstijden, steeds een beetje harder en steeds een beetje verder.

Ik genoot van alle complimenten die ik kreeg en dit stimuleerde me om door te blijven gaan. Van 10 kilometer, naar een halve marathon en als klap op de vuurpijl een hele marathon in Rotterdam en de Roparun vanaf Parijs. Dit waren ondertussen ook hele goeie dekmantels geworden om mijn voeding en gewicht goed te rechtvaardigen tegenover de bezorgde buitenwereld.

Weinig eten en sporten was een obsessie geworden! Ik ben 36 jaar, 1,76 meter en woog op mijn dieptepunt minder dan 50 kilo, ik had een rustpols van 39. Vaak had ik het koud, mijn haar viel enorm uit en ik had moeite me langere tijd te concentreren, sloot me af van alles en iedereen en moest mijn eigen programma draaien om in de momenten daartussen de rust te vinden.

Mijn omgeving vroeg geregeld bezorg of het wel goed met me ging en mijn man confronteerde me er vaak mee dat hij vond dat ik nu echt wel te mager was. We maakten afspraken over het hardlopen, ik mocht minimaal 3 keer per week lopen, maar zodra hij weg was trok ik mijn schoenen aan en was ik weg. Hier loog ik in die tijd ook over. Zelfs zo extreem dat ik dus ook hardlopend naar mijn werk ging, zodat ik dan s ’avonds alsnog een rondje kon gaan lopen.

Pas als ik had gerend voelde ik me weer goed en kon ik het weer aan, dan pas kon ik ook weer eten. Bewegen en eten waren helemaal met elkaar vervlochten. Het was altijd de optelsom van energie verbruiken en dan was het oké om energie in te nemen. Ook bouwde ik marges in, voor een moment dan ik misschien wel meer energie binnen zou krijgen.

Er kwam een bepaalde rust over me heen, die ik daarvoor niet voelde. Ook kon ik het eten beter aan, omdat ik wist dan ik het hardlopen ertegenover had staan. Het gaf me natuurlijk een heel vervelend en naar gevoel om tegen Jasper te liegen, maar als ik niet toegaf aan mijn beweegdrang voelde ik me zo onrustig en in paniek dat ik aan niets anders meer kon denken. De eetstoornis gaf me rust en veiligheid en dit voelde goed, ondanks alle zorgen uit mijn omgeving. De drang, stem in mijn hoofd was te sterk, ik moest hier aan toegeven en kon simpelweg niet anders.

Hier in de kliniek, kan ik dus niet toegeven aan mijn beweegdrang en mocht ik in het begin alleen onder begeleiding van een verpleegkundige wandelen, omdat mijn rustpols te laag was. 2x per dag 15 minuten wandelen, meer niet!

Het voelt zo onwerkelijk, nog geen week geleden liep ik minimaal 3x per week minimaal 10 kilometer en nu wijkt de verpleging tijdens een wandeling van 15 minuten niet van mijn zijde. Voor mij voelde het ook als sloom wandelen, want mijn wandeltempo ligt een stuk hoger.

Naast het hardlopen, werkte ik, zorgde voor mijn gezin, het huishouden en nu moet ik verplicht rust houden. De muren komen letterlijk op me af, wat is dit afzien! Na elke maaltijd moest ik verplicht 1 uur in de huiskamer blijven, voor herstel, bewust stilzitten. Dit is echt niet aan mij besteed, hoe dan???? Ik wil van alles, maar geen dingen die hier kunnen en mogen dat is echt zo ongelofelijk frustrerend voel me nutteloos en doelloos.

Niet kunnen vluchten voor mijn emoties, het overlevingsmechanisme wat ik mezelf zo had aangeleerd na het overlijden van mijn vader. Niet voelen, maar bezig blijven. Jezelf afleiden van het grote verdriet wat ondragelijk is. De paniek, onmacht en de grote leegte, niet kunnen en willen voelen. Hij kwam toch niet meer terug, dus kon beter doorgaan en niet meer stoppen, nooit meer stoppen. Heel ver weg van dat gevoel. Na al die jaren is deze manier van overleven zo eigen geworden dat ik letterlijk in mijn eigen val ben gelopen en ik nu dus niet weet wat ik met mezelf aan moet. Dit is pas het begin…..

0

Uncategorized

Tijdens mijn behandeling kreeg ik de opdracht om een brief te schrijven aan de anorexia als vriend en als vijand. De eetstoornis heeft voor mij heel duidelijk twee gezichten, ik kan niet met maar ook heel moeilijk zonder. In deze brieven neem ik je mee naar hoe het voelt om te ervaren dat de anorexia me ook veel positieve aspecten heeft gegeven, natuurlijk weet ik inmiddels dat het ook daarnaast de vijand is en ik hier tegen moet vechten, maar dit gevecht  dagelijks moet blijven aangaan en het nog een tijd zal duren voor ik volledig weerstand kan bieden.

“ Anorexia mijn vriend ”

Jeetje wat zijn we allang vrienden en wat heb je me door moeilijke situaties geholpen. Doordat we elkaar al zo lang kennen, weet ik vaak niet meer hoe het is om zonder je door het leven te gaan. Er zijn wel momenten geweest dat we wat minder contact hadden, maar de laatste jaren zijn we hechter dan ooit.

Je geeft me rust, controle en vertrouwen in mezelf. Als ik dreig de weg kwijt te raken ben jij er om me precies te vertellen wat ik moet doen en hoe ik het moet doen. Van mezelf ben ik nogal onzeker, maar samen voel ik met sterk en geef je me het gevoel dat ik met zelfvertrouwen de buitenwereld aankan.

Alle heftige gebeurtenissen uit mijn verleden voel ik niet en zodra er een gevoel van paniek ontstaat geef je me rust, dit is zo fijn dat ik er geen genoeg van kan krijgen en steeds dit fijne gevoel weer wil ervaren. Ik ben bang als ik alleen ben, denk dat ik het alleen niet aankan. Niet precies weet wie ik ben en wat ik kan, dat ik je daarom zo moeilijk durf los te laten.

Ik weet heel diep van binnen dat we misschien meer afstand van elkaar zouden moeten nemen, maar ik wil je niet teleurstellen. De angst die het me geeft als ik erover na denk maakt me dan ook aan het twijfelen. Zo’n lange vriendschap, die me zoveel steun heeft gegeven laat je niet zomaar gaan. Alleen jij kan me het gevoel geven dat ik de wereld aankan en mijn verleden achter me kan laten door me de controle terug te geven.

“ Anorexia mijn vijand ”

Waarom wilde je me helemaal voor jezelf alleen? Steeds meer trok ik me terug uit mijn omgeving om samen te zijn. Je isoleerde me steeds meer van de buitenwereld, waardoor contacten met anderen minder werden en ik me steeds meer afsloot. Waar andere mensen plezier hadden moest ik me aan allerlei regels en afspraken houden, daardoor was er bijna geen tijd meer voor leuke dingen en voor de mensen om me heen.

Het ging zelfs zo ver dat ik mensen ging voorliegen en steeds te slim af was met al mijn maniertjes om aan onze regels en afspraken te voldoen. Weet je wel wat ik allemaal heb gemist! Wat ik heb opgegeven! Welke prijs ik heb moeten betalen! Deze tijd kan ik niet meer terughalen. Kortaf was ik naar mijn kinderen omdat ik mijn programma moest volgen en ze daar niet altijd in pasten met hun vraag om aandacht. Hardlopen en gezond eten stond op nummer 1 en daar moest alles voor wijken! Ik was moe en op en toch vond je het nooit genoeg, waarom niet? Mijn concentratie werd minder, mijn lijf verzwakte, mijn hart had moeite om zijn best te blijven doen, zelfs mijn lever had het zwaar, maar ondanks dat alles moest ik door… weg van de paniek, de emotie, de pijn! Kop in het zand en niet voelen maar alles onder controle houden. Helemaal alleen in mijn eigen wereld, zodat niks of niemand me nog kon kwetsen of raken.

0

Uncategorized

LIFE IS A BALANCE OF HOLDING ON, LETTING GO, AND KNOWING WHEN TO DO WICH OF THE TWO!

Mijn hele leven was een en al compensatie geworden. Alles wat ik at moest gecompenseerd worden met bewegen en andersom. Stel je voor dat er een dag zou komen dat ik iets extra’s zou eten dan had ik die paar kilometer extra hardlopen er al op zitten, altijd marge opbouwen voor een moeilijk moment, die ik de afgelopen maanden nooit meer aanging.

Mijn lijst met verboden producten begon uit zijn voegen te klappen en er was ook geen schroom meer om al dat lekkers wat voorbij kwam af te slaan. In het begin was het ongemakkelijk, maar ik werd er steeds meer bedreven in en de ziekte nam steeds meer de overhand. Nu koste het me geen enkele moeite om al het lekkers te laten staan en altijd had ik een rede, excuus of uitvlucht om alle moeilijke momenten te omzeilen.

Als ik er nu aan terugdenk was de laatste periode behoorlijk eenzaam. Ik zat zo in mijn ziektebeeld, dat letterlijk alles ervoor moest wijken. Gezamenlijke momenten met vrienden en familie werden vaak vermeden. Eten speelt bij heel veel gelegenheden een belangrijke rol en dit bleef natuurlijk een ‘ding’. Dit werkte twee kanten op. Zelf vond ik vaak een excuus, maar we werden ook regelmatig niet meer gevraagd, omdat onze omgeving het idee had dat dit gevoelig lag en men ons niet in een lastige situatie wilde brengen. Ergens begrijp ik dit natuurlijk wel, maar het maakte me ook extra eenzaam en heel verdrietig. Je voelt dat je steeds minder deelneemt en steeds verder wegzakt in je veilige eigen gecreëerde wereld, die steeds geïsoleerder werd, hier sleepte ik ook mijn gezin in mee.

Het is een ziekte die er heel langzaam is ingeslopen, nu ik hier bij stil moet staan dat ik echt ziek ben weet ik niet eens wanneer het is begonnen. Het is iets wat al heel veel jaren sluimert en hierin heb ik betere en slechtere periodes gekend. Zover als het nu is, is het hiervoor nog nooit geweest. Het gaat veel verder dan alleen om dik of dun. De problemen uit mijn verleden kon ik niet verwerken en vond een manier om te overleven. Het niet eten en overmatig bewegen was voor mij de manier geworden om nog ergens controle over te hebben. Hier haalde ik zelfvertrouwen uit, werd er steeds meer bedreven in en wilde elke keer een stapje meer.

Hoe spannend de eerste uren in de kliniek ook zijn, heel diep van binnen voelt het ergens ook fijn dat het nu eindelijk is begonnen. Gelukkig werd ik met mijn eerste avondmaaltijd in de kliniek gespaard met soep en 2 harde broodjes, vandaag gelukkig nog geen toetje voor mij. Wel voel ik al de spanning in mijn lijf, dat deze er vast snel bij gaan komen op mijn voedingslijst.

De eerste avond in de kliniek komt er gelukkig een vriendinnetje langs, eerst twijfel ik even of ik het wel aan kan na zo’n heftige dag, maar het is gelukkig juist heel fijn om even iets vertrouwds om me heen te hebben, even van me af te kletsen en elkaar vast te houden. Het uur vliegt voorbij en ik moet me alweer opmaken voor het avondtussendoortje. Alle eetmomenten zijn stipt op tijd ingepland en de tijd waarbinnen je het op moet hebben ook.

We hebben 6 eetmomenten op een dag en iedereen volgt een eigen voedingslijst, deze wordt per persoon aangepast. Verder klets ik met groepsgenoten en schrijf ik een stuk in mijn dagboek, dan zit de eerste dag erop en kruip ik mijn bed in. Morgen voor het eerst op de weegschaal!!!!

Ik kan me gelukkig niet heugen dat ik ooit zo slecht heb geslapen. Heel onwennig, vreemde geluiden, veel licht en niet het aller lekkerste bed. Ook wel vreemd om samen met iemand de kamer te moeten delen, je bent je toch heel bewust van de ander. Nu maar hopen dat het snel went. Om 03.00 was ik klaarwakker en om 05.00 kon ik niet meer in slaap komen. Ik was te gespannen voor de controles en het wegen dat ik wakker ben gebleven.

In de eerste week komt er om 7.00 iemand langs om je rustpols en bloeddruk te meten, daarna mag je uit bed om te gaan wegen. Wegen is in het begin ook elke dag, totdat je om de basis voedingslijst zit, dan wordt het 1 x per week. Zelf begin ik op een refeeding lijst. De laatste maanden heb ik zo weinig en vooral vloeibaar gegeten (in de vorm van yoghurt en soep) dan mijn maag weer zal moeten wennen aan al het voedsel, dat ze dit rustig willen opbouwen.

Vandaag mijn eerste volle dag in de kliniek, we gaan na het ontbijt door naar lichaamsdoelen. Hier stel je voor jezelf doelen, die je de aankomende week gaat uitproberen en kijken of het je lukt en het bevalt. Ik vond het heel moeilijk om te ervaren dat los van voeding en beweging ik veel meer herkende in de verhalen van de anderen. Hier had ik voorheen nog nooit zo bij stil gestaan. Anorexia gaat niet alleen om eten, ook om jezelf iets gunnen, aandacht besteden aan je uiterlijk, slecht zelfbeeld, onzekerheid enz. zijn allemaal aspecten die erbij komen kijken. Hiermee geconfronteerd worden is heftig en het idee dat ik dan toch echt ziek ben begint steeds meer binnen te druppelen. Het liefst wil je blijven geloven dat het een grote nachtmerrie is waar je snel uit ontwaakt, maar je moet beseffen dat het realiteit is en het aan zal moeten gaan om niet alles om me heen kwijt te raken. Het is nog niet te laat, maar heel veel langer had het ook niet moeten duren. Het maakt me strijdlustig, maar ook gelijk heel angstig en soms wanhopig. Eerst aansterken, erkennen en kleine stappen vooruit zetten.

Ik stel me als doel iets leuks te gaan maken voor Jasper en de kinderen en ook dat ik mijn nagels ga lakken. Ik blijf het gemakkelijker vinden om voor mensen om me heen iets te doen, dan mezelf iets te gunnen. Na deze sessie, gaan we in gesprek met 2 ervaringsdeskundigen en samen met hun eten we het tussendoortje. Fijn om in gesprek te zijn met mensen die dit hebben meegemaakt en het geeft gelijk ook hoop voor de toekomst. Zo fijn om met mensen te zijn die me begrijpen en waar ik mijn verhaal bij kwijt kan.

Verder hebben we vandaag tijd om creatief bezig te zijn bij AT en ik begin gelijk enthousiast met het maken van 2 sleutelhangers voor de kinderen. Om 12.00 uur mogen we met de groep een blokje lopen van 15 minuten net voor de lunch. S’middag bel ik fijn met mijn moeder, die morgenavond gezellig langskomt.

Op het menu vanavond stamppot andijvie met kaas en walnoot, iets waar ik vroeger heel gek op was, maar iets dat ik al heel lang niet meer heb gegeten. Ik begin heel moedig, maar merk al snel dat het tussendoortje me nog heel hoog zit. Ik was het helemaal niet gewend om thuis tussen de hoofdmaaltijden iets te eten, merk dat mijn maag zo moet wennen aan alles wat ik nu binnenkrijgen  heb heel vaak het gevoel dat het helemaal niet past. Ik zit vol, wil stoppen, maar deze optie is er niet. Na het eten heb ik zoveel pijn in mijn buik, dat ik uiteindelijk met een warme kruik probeer het een beetje beter te maken. Bel even met mijn mannen, zo fijn om hun stemmen te horen en het geeft weer extra motivatie om door te gaan.

0

Uncategorized

Weggaan

Weggaan is iets anders dan het huis uitsluipen,

zacht de deur achter je dichtrekken achter je bestaan en niet terugkeren.

Je blijft iemand op wie wordt gewacht

Weggaan kun je beschrijven als een soort blijven

Niemand wacht, want je bent er nog

Niemand neemt afscheid

Want je gaat niet weg

Rutger Kopland

Dit gedichtje liet ik achter aan Jasper toen ik naar de kliniek ging. Ik ga niet weg om niet meer terug te keren, maar om de strijd aan te gaan en stappen vooruit te zetten. Voor mezelf en natuurlijk ook voor mijn gezin. En ik kom terug en hoe!!! Als ik straks terugkom, dat we dan als gezin weer kunnen bouwen aan een gezonde en goede toekomst, waarin ik niet alle touwtjes in handen heb, weer leef in het moment en kan genieten van het samen zijn en daarin de controle vaker los weet  te laten, weer te genieten van het onverwachtse de spontaniteit. Leven en niet geleefd worden. Wat kijk ik daar naar uit, maar zover is het nu nog niet. Het avontuur van de opnamen moet nog beginnen.

De eerste dag in de kliniek zal ik nooit vergeten. Ik had net afscheid genomen van Jasper en nu ging het dan echt beginnen, geen weg terug. Samen met mijn grote weekendtas werd ik naar mijn kamer gebracht. Doordat de groep midden in een programma zat, moest ik nog een uur wachten voordat we zouden gaan lunchen.

Daar zat ik dan helemaal alleen in een troosteloze en sfeerloze kamer, zonder geur of kleur. Toen ik die avond een foto naar huis stuurde, maakte mijn zoontje de opmerking dan ik in een politiecel moest slapen. Dus dan heb je een beetje een beeld hahaha. Ik moest de kamer delen met een kamergenoot die ik nog niet had ontmoet. In de kamer stonden 2 kasten die ervoor zorgde dat je nog iets van privacy had. Verder stond er dus een kast, bed en een bureau. Hier moest ik het mee gaan doen de aankomende weken. Dat gevoel van eenzaamheid, vermoeidheid, angst zal ik nooit vergeten. Ook besef ik me nu, nu ik dit schrijf dat ik die eerste twee weken in een soort roes heb geleefd, zo onwerkelijk wat er allemaal gebeurde . Daarom ben ik ook zo blij dat ik een dagboek heb bijgehouden waarin ik elke dag een stukje heb geschreven. Nu lees ik soms stukjes terug, waarvan ik soms al niet meer weet dat ik het heb meegemaakt.

Het is nu Dinsdag 4 juni, de eerste dag van mijn opname. Om 21.30 schrijf ik voor het eerst in mijn dagboek. Het is zo’n heftige dag geweest, vol nieuwe indrukken en vooral met heel veel emoties. Ik voel ergens diep van binnen ook hoop, maar de angst en verdriet overheersen nu vooral. Ik blijf me voorhouden dat ik sterk moet zijn, wil niet breken, niet “echt” breken. Dit is iets wat ik mezelf de afgelopen jaren heb aangeleerd, het wegdrukken van emoties en vooral doorgaan. Niet echt stilstaan bij je gevoel, maar sterk zijn, laten zien dat je alles aankan en dat het goed gaat. “Maken jullie je om mijn vooral geen zorgen”, vooral doorgaan en zeker niet stilstaan.

Soms komen de tranen omhoog, tot het gevoel van paniek opkomt. Dit is altijd het punt geweest voor mij om, de paniek niet toe te laten. Dit gevoel is zo angstaanjagend, dat ik het nooit durfde aan te gaan en leerde te ervaren wat er dan zou gebeuren, wat was het ergste wat er zou kunnen gebeuren. Zodra ik voel dat de paniek de overhand wil nemen, grijp ik terug op mijn controle, mijn houvast, mijn overlevingsmechanisme, kop in het zand en vooral doorgaan.

Wat was het afscheid vanmorgen zwaar, jij nu thuis alle ballen hooghouden en ik nu hier leren omgaan met mijn eetstoornis en werken aan mijn herstel. Weer leren voelen, emoties toelaten, voelen dat paniek kan opkomen, maar ook dat het weer weg kan gaan, verdragen.

Na een beetje sfeer te hebben aangebracht met alle lieve kaarten, cadeautjes, tekeningen, mijn eigen kussen en dekbed kan het er voorlopig wel mee door en ziet het er “iets” beter uit. Ik leg me er maar bij neer dat het er niet veel beter op zal worden en het is een extra motivatie om straks weer extra van thuis te genieten en het wakker worden naast Jasper, met de kids op de achtergrond.

De eerste lunch, mijn eerste eetmoment in de kliniek. Er zijn verschillende tafels, met allemaal hun eigen regels. Als je nieuw wordt opgenomen begin je aan tafel 1. Hier leer je weer van begin af aan het eten op te bouwen en steeds weer een stapje erbij. Ik ga zitten en voel gelijk de spanning gieren door mijn hele lijf. Ik heb nog geen eetschema, dus krijg aan tafel te horen wat het plan voor de lunch zal zijn. 2x bruine boterhammen, 1 met kaas en 1x zoet, 1 beker zuivel, 1 glas thee en 1 kuipje margarine WAT!!!!!!!! Kan me niet heugen wanneer ik voor het laatst brood met beleg heb gegeten, de paniek overvalt me gelijk, zit ik hier krijg ik gelijk dit, de spanning, emotie, mijn hartslag, de tranen, waar is de nooduitgang en dan ben ik hier pas 3 uur.

0

Uncategorized

Opgenomen in een kliniek, ze moeten het verkeerd hebben gezien… ze hebben een vergissing gemaakt… ik hoor hier helemaal niet tussen… Deze gedachten spookte in het begin steeds door mijn hoofd. Ik leefde op de automatische piloot en zo in een roes, dat ik me niet goed kon beseffen wat er allemaal gebeurde.

Het weekend voordat ik werd opgenomen zijn we als gezin een dag naar een pretpark geweest en we hebben echt een geweldige dag gehad. Al merkte ik daar wel dat de vermoeidheid er behoorlijk in hakte. Waar ik voorheen niet kapot te krijgen was en energie voor 10 had, merkte ik nu dat ik  slapper was, eerder vermoeid en soms even moest zitten om bij te tanken.  Mijn conditie was niet meer wat het was geweest en de vermoeidheid begon zijn tot te eisen, misschien begon ik het stiekem ook wel een beetje los te laten en dat er daardoor meer ruimte kwam om echt te voelen. Het eten ging de laatste weken zo moeizaam, dat ik ook echt weinig energie had en daardoor verslapte. In zijn allemaal inzichten die ik nu pas heb, om dat moment bleef ik mijn kop boven water houden en iedereen vertellen dat het prima met me ging. Ik kon de hele wereld aan en het viel allemaal reuze mee. Onwerkelijk om dit nu te voelen en toe te moeten geven. Besefte me ook steeds dat ik straks mijn gezin voor zo’n lange tijd moest gaan missen.

We hadden de kinderen proberen uit te leggen wat er ging gebeuren. Mama was ziek en moest weer beter worden. Ik had moeite met eten en ging weer leren normaal te eten, zodat we ook weer samen konden eten en ik niet meer bang was om bepaalde dingen te eten. Ook sportte ik teveel en ging leren om hier minder mee bezig te zijn, bewegen uit plezier en niet alleen als doel. Met bewegen compenseerde ik de laatste maanden alles waarvan ik vond dat ik teveel of ongezond had gegeten. Sport werd een middel of ik wilde of niet er moest door middel van bewegen gecompenseerd worden voor mijn voeding. Mijn oudste zoon had het er heel moeilijk mee en maakte zich veel  zorgen om me.  Mijn jongste zoontje pakte het wat makkelijker op (kon het minder goed bevatte) en vond het niet zo gek “mam, je wordt toch ook ziek als je alleen pap en sla eet”, heerlijk die kinderlogica!!! Soms maakte deze opmerkingen het ruist ook wel wat luchtiger en konden we er soms ook kostelijk om lachen. Hoe kinderen de situatie keken en ermee om gingen. Fijn om soms even op deze manier te kunnen relativeren.

We hebben ze zoveel mogelijk proberen mee te nemen in het hele verhaal en proces. We hebben ze ten alle tijden de ruimte gegeven om alles te mogen vragen, aan wie dan ook. Op school hebben we aangegeven wat er speelde, ook op mijn werk en in onze directe omgeving. Nu voelt dat ook als een bevrijding, ik kan nu dichter bij mezelf blijven en heb minder de neiging een masker op te zetten en het mooier voor te doen, dan het in werkelijkheid is. Natuurlijk blijven er ook zaken privé en blijf je altijd zelf de controle houden wat je met andere deelt, dit is denk ik ook belangrijk.  

Ergens luchtte het op om het nu met mijn omgeving te delen, dit wel naast het gevoel van schaamte. Er waren zoveel mensen die natuurlijk al een sterk vermoeden hadden, maar dit nooit hadden durven uitspreken. Logisch, snap dat je hier niet zomaar naar vraagt. Fijn om ook zoveel lieve reacties, steun en begrip te krijgen. Dit gaf me een fijn gevoel, moest wel mijn gezin voor een lange periode alleen laten, maar met het vooruitzicht dat de situatie er beter van zou gaan worden. De zorg kwam volledig terecht bij Jasper, mijn ouders, schoonouders, directe familie en vrienden. Hun kan ik niet genoeg bedanken. Het was zo fijn om ervan verzekerd te zijn dat alles goed werd opgevangen en ik me voor 100% kon richten op mijn herstel.  

Door alle steun van familie en vrienden is het Jasper gelukt om alles te kunnen regelen en alle ballen hoog te houden. Echt petje af voor hoe hij dit heeft gedaan. Hij moest natuurlijk gewoon naar zijn werk en de zomervakantie stond straks ook voor de deur. Ik kon me alleen bedenken dat ik zo snel mogelijk weer naar huis wilde komen. Ik was zeker binnen 6 en echt max. 8 weken weer thuis, dacht ik toen, het viel toch allemaal wel mee.

Door mijn ondergewicht werd ik steeds vlakker en kon ik moeilijk bij mijn gevoel en emoties komen. Ik voelde me heel vlak en er kwam maar weinig echt bij me binnen. Dit was voor vooral Jasper enorm moeilijk. Dit benoemde hij ook vaak, hij had het gevoel dat ik me totaal afsloot en helemaal afgevlakt was. Ik merkte dit vooral in laatste weken voor mijn opname, als ik er nu aan terug denk. Mijn omgeving reageerde soms zo emotioneel en dit raakte me niet. Heel gek om te moeten uitleggen, maar ik voelde me verdoofd. Zag de emotie en het verdriet, maar voelde er weinig tot niets bij, liet het niet binnenkomen. Dit als gevolg van mijn ondergewicht en het gebrek aan energie. Kon me moeilijk concentreren en vergat heel veel.

Daar sta je dan met je weekendtas lood in je schoenen, een brok in je keel en zweet in je handen. Het afscheid was ongemakkelijk, we waren beide zo gespannen dat het moeizaam was. We leefde al zo lang in onzekerheid en waren beide zo vermoeid van alle spanningen en strijd dat we nu beide uitgeput waren en toe waren aan hulp.

Jasper heeft me afgezet en is bij het intake gesprek geweest, daarna hebben we elkaar gedag gezegd en toen stond ik in de deuropening van de kliniek met tranen in mijn ogen, de angst van wat er me te wachten stond. Ergens diep van binnen wist ik dat dit de beste beslissing was, maar zo voelde het op dat moment totaal niet. Kon ik hier maar gewoon uit stappen en normaal doen, hoe moeilijk kon het zijn. Wat zou er me allemaal te wachten staan…….ga het maar op me af laten komen, kan nu niet meer terug en dat is ook niet wat ik diep van binnen wil. Ik wil met mijn mannen een mooie toekomst opbouwen, herinneringen maken, genieten, onbezorgd en met volle overgave leven.

0

Uncategorized

Na al die onduidelijkheid, wachtlijsten, gesprekken en weken van onzekerheid had ik nu ineens een datum voor een interne opname, dat ik ooit op dit punt zou belanden had ik nooit voor ogen gehouden. Ik at gezond en haalde veel voldoening uit bewegen, hoe kon dit ongezond zijn? Dit kreeg dan ook niemand aan mijn verstand.

Dat ik deze stappen durfde te zetten, was in deze tijd dan ook voornamelijk voor mijn omgeving. Zelf vond ik het allemaal wel meevallen. Vanaf morgen zou ik weer “normaal gaan doen” minder bewegen en meer eten, het viel allemaal reuze mee. Niemand hoefde zich zorgen om mij te maken, ik had alles onder controle.  Vanaf 4 juni zou ik voor 8-10 weken intern worden opgenomen bij Rintveld in Zeist. Het drong totaal niet tot me door en ik leefde volledig in mijn eigen veilige wereld van de eetstoornis.

Doordat ik wist dat er een tijd zou gaan komen dat ik hulp zou gaan aanvaarden, was de eetstoornis de laatste weken zo sterk geworden dat het me bijna volledig had overgenomen.

Ik moest, voordat ik de hulp ging aannemen alles op alles zetten om, nu het nog kon de controle volledig te pakken en elk sport- en eetmoment naar mijn hand te zetten. Nu kon het nog, geen idee hoe een interne opname eruit ging zien.

Nu ik de regie nog kon nemen, alles naar mijn hand kon zetten en me volledig toe te geven aan de anorexia (de stem in mijn hoofd die me volledig in zijn macht had) Hier was ik niet meer tegen opgewassen. Jasper was het strijden inmiddels ook moe geworden en voor de lieve vrede probeerde hij me niet meer op alles aan te spreken. Dit zorgde in het verleden voor heftige discussies, conflicten en eindigde bij mij in paniekaanvallen. Dit was een ongelofelijke opgave voor hem. De wanhoop in zijn ogen deden me wel verdriet, maar weerhielden me niet om steeds weer naar die stem te luisteren en door te gaan.

Hij had het er zo zwaar mee om mij steeds verder weg te zien glijden en niets te kunnen doen dan lijdzaam toe te kijken en hoop blijven houden dat er snel, heel snel hulp kwam om het tij te keren.

Ook de spanningen in ons gezin wilde we niet verder laten oplopen. Onze 2 kinderen waren de laatste maanden al zo gebukt gegaan onder alle stress, die mijn eetstoornis met zich mee had meegebracht. Zelf praatte ik dit steeds weer goed, tegen beter weten in natuurlijk. Ik ontnam ze niets, ik at zelf alleen al maanden niet meer met ze mee. Dit vonden ze toch niet erg? Ik ontzeg hun niets? Hier merken ze niets van? Met tranen in mijn ogen schrijf ik ook weer deze blog.

Hoe heb ik mijn gezin hier zover in mee kunnen nemen. Ik was een kei geworden in alles mooier maken, goedpraten, voorliegen, dingen stiekem doen en manipuleren, om mijn eetstoornis maar te vriend te houden. Zelfs over de rug van mijn kinderen en man, hoe diep kun je zinken. Ik sloeg zelfs de zelf gebakken koekjes en andere lekkernijen af die mijn kinderen met regelmaat met opa en oma bakte. Als we een ijsje gingen halen, wisten ze niet beter dan dat ik dit nooit nam.

Koken deed ik heel vaak apart, zodat de kinderen wel volwaardige maaltijden kregen en ik vooral sla en soep at. Dit was wat ik in de laatste maanden voor mijn opname voornamelijk nog wilde eten. De lijst met verboden producten was zo groot geworden, dat er maar een paar dingen overbleven die ik nog wel wilde eten. Hier kon ik ook niet vanaf wijken. Deze producten moesten ook altijd in overvloed in huis zijn, want stel je voor dat er iets op zou zijn en ik wel iets anders zou moeten eten, dat kon echt niet. Vandaar dat ik met regelmaat, bijna dagelijks in de supermarkt te vinden was en er al paniek opkwam als er ook maar het idee bestond dat ik niet genoeg zou hebben.

Ik was nog steeds aan het werk, maar het werd steeds moeilijker om me echt goed te kunnen focussen. De eetstoornis was zo heftig aanwezig, dat het me helemaal in zijn greep had genomen. Elk vrij moment wat ik kon benutten om te gaan hardlopen wilde ik gebruiken, want straks zou ik worden opgenomen en dan kon ik hier niet meer aan toegeven.

De laatste weken werd het zo’n obsessie dat ik zelfs mijn fiets verruilde voor mijn hardloopschoenen om hardlopend naar mijn werk te gaan, om daar vervolgens praktijklessen te verzorgen en dan al hardlopend weer terug naar huis te gaan. Dit verzweeg ik regelmatig, want anders mocht ik op andere momenten niet weer hardlopen. Steeds slimmer werd ik in het manipuleren van mijn omgeving. De drang in mij was zo groot, ik kon het niet weerstaan, niets stond me in de weg. Wat in mijn hoofd zal moest en zou gebeuren, hoe dan ook. Wat er ook voor moest wijken. Pas daarna kwam er weer even rust, even later kwam de onrust weer langzaam opzetten en moest ik hier weer aan toe geven. De periodes van rust werden steeds korter. Ik leek wel een verslaafde, die zijn shot moest hebben, zodat hij weer even normaal kon functioneren. Om vervolgens weer behoefte te krijgen aan een nieuwe dosis.

Als ik er nu op terugkijk is het bijna onwerkelijk, terwijl het in die tijd mezelf zo ongelofelijk veel rust gaf om toe te geven aan de stem in mijn hoofd. Wat heb ik mezelf en mijn omgeving aangedaan.

De tranen lopen over mijn wangen, natuurlijk was en ben ik ziek, maar dat neemt niet weg dat ik nu ik dit zo schrijf niet heel veel spijt heb van alles wat ik mijn gezin, familie, vrienden en directe omgeving heb aangedaan. De tijd terugdraaien is geen optie, maar met volle angst vooruit om deze stem, de anorexia aan te vechten en sterker te worden, zodat ik er weerstand tegen kan bieden. Weer kan genieten van de vele mooie mensen in mijn omgeving. Dit is veel te lang geleden.

Het maakt me verdrietig, maar ook strijdbaar. Fijn dat er zoveel moois is om voor te vechten!

Liefs Rolien

0

PREVIOUS POSTSPage 1 of 7NO NEW POSTS